headerbg bl

Watermiserie aan de blauwe sluis

Watermiserie aan de Blauwe Sluis

Antoine Vermeersch

De Blauwe Sluis te Lapscheure is gebouwd, zoals het er op te lezen staat, door de “Ses geunieerde Wateringen” in 1748. Ge zoudt nooit vermoeden dat daar zo een groot werk verdoken ligt, maar op onze wandeling verleden jaar, hebben wij dit waterwerk bewonderd: twee kokers elk van 2 m. breed bij 2.5 m. hoog en 12 m. lang. Hij verving de Oude Sluis van Lapscheure.

In 1699 had Jan Van Gheluwe “een einde dijk, zijnde de dijk van de Varsche Vaart, beginnende zuid jegens over ‘t Blau Huys, tot aan het planchier van Sint-Donaas, daar de bargie komt”.  Het fort St. Donaas, de Varsche Vaart en het Blau Huys lagen in de nabijheid van de Oude Sluis en zo is misschien de naam Blauwe Sluis ontstaan. Misschien is het alleen de warme blauwe arduin die hier kwistig werd gebruikt in de “gevels” van de sluis die de naam deed ontstaan.

De helling van de bodem te Lapscheure is naar de Blauwe Sluis. Het water van de Sint-Jobspolder en van een deel van Moerkerke vloeide door de Blauwe Sluis naar het Lapscheurse Gat en voorbij de stad Sluis, door de Passluis, naar zee. Alles ging normaal tot aan de Omwenteling van 1830. Van dan af weigerden de Hollandse militairen het water van het Belgisch grondgebied naar zee af te voeren.

In augustus 1851 stonden verscheidene landen en weiden onder water, zodat de boeren hun vruchten niet konden oogsten. In november verergerde die toestand door een overvloedige regenneerslag.

Op 15 maart 1832 verwittigde het gemeentebestuur de heer Districts-commissaris te Brugge dat “het water langs het Hazegras niet kon wegvloeien en dat er maar één middel is om het water behoorlijk te lossen, namelijk het water langs de Oostendse vaart naar de zee afvoeren. Dit kan gebeuren op de volgende manier:

het water van Lapscheure in de Damse vaart laten vloeien. In de dam aan Oostkerke brug buizen plaatsen; te Brugge een dam schieten voorzien van schoven of sluisdeuren; langs daar het water lossen in de Bassin en verder naar Oostende.

De uitslag was niet bevredigend want op 25/2/1833 liet de burgemeester van Lapscheure weten, dat niettegenstaande de Oostendse vaart afgetrokken geweest is, het water maar zes duimen gezakt is en nog in verscheidene hofsteden en huizen staat. De Hollanders konden hun plagerijen met het verkeerd sluiten en openen van de passluis, niet volhouden want de landerijen gelegen op de rechteroever van het Lapscheurse Gat stonden ook onder water. En zo waren zij verplicht af en toe hun sluizen te openen om hun eigen landgenoten te redden. De Lapscheurenaars hadden het alras gemerkt. Als het water op Hollands grondgebied zakte, draaiden zij de schoven van de Blauwe Sluis omhoog.

In 1837-38 was die toestand nog niet opgelost. Integendeel, het verergerde door het opslijken van de Passluis. Het bleef duren tot na het delven van de Leopoldsvaart in 1843. Van dan af loosde het water van de Sint-Jobspolder in dit kanaal te Damme-Platheule. Het water moest klimmen en het was maar het opperwater dat kon wegvloeien. Na een regenperiode had het oostelijk deel van de Sint-Jobspolder, evenals de bewoners van de Hoogstraat die hun huis hadden gebouwd tussen de straat en de kreek, daar meest van te lijden.

Onlangs werd mij het volgende verteld: het gebeurde in de jaren 1927-1928. Eerst vorst, dan sneeuw, en vervolgens dooi gepaard met hevige regenvlagen, waren de oorzaak dat het water weldra zo hoog stond dat het de stallingen en de huizen van de Hoogstraat binnenstroomde. De klompen van H. L., die onder zijn bed stonden, waren 's morgens weggespoeld en zijn konijnen waren verdronken; de hennen zaten op de bovenste stokken, de geit en het zwijn moesten op het droge gebracht worden. H. L. en zijn gebuur gingen ‘s nachts en over dag naar Platheule. Ze stelden vast dat hij die de sluisdeuren moest open en toe draaien, zijn werk niet goed deed. Aan de Blauwe Sluis was het waterpeil in het Lapscheurse Gat 1.5 m lager dan in de Sint-Jobspolder. 's Nachts gingen een paar mannen uit de Hoogstraat naar de Blauwe Sluis. Ze hadden een spade, een handboom en een reep mee. Boven de sluis en de plaats waar de sluis toegestopt was, lag er een arduin. Met de handboom wentelden zij de steen opzij. Zij bonden het lichtste en rapste manneke de reep onder zijn oksels, en gewapend met de spade lieten zij hem op de dam glijden. Daar dolf hij een geultje van 40 cm breed. Ze trokken hem naar boven, de steen werd op zijn plaats geschoven en bedekt met gazons. Het water stortte zich in het Lapscheurse Gat. Het ruiste en bruiste zo geweldig dat ze het tot in Sluis konden horen. Maar daarmee wisten zij nog niet wat er gebeurd was. Weldra bemerkten zij dat het waterpeil onophoudelijk steeg. Zij gingen op verkenning en kwamen terecht bij de Blauwe Sluis. Daar zagen ze dat de dam onder de druk van het water begeven had en was weggespoeld. De Hollandse dijkgraaf verwittigde de Belgische sluismeester; deze zond het bericht door naar het bestuur van de Sint-Jobspolder te Brugge; de sekretaris van de Watering gaf bevel aan de sluismeester de dam te herstellen; en tenslotte kregen de straatwerkers van Lapscheure opdracht alles in orde te brengen zoals voorheen.

Intussen waren de inwoners van de Hoogstraat verlost van het overtollige water. Dat is naar mijn weten de laatste keer dat de Blauwe Sluis dienst heeft gedaan.

Watermiserie aan de blauwe sluis

Antoine Vermeersch

Rond de poldertorens
1962
4
155-157
Achiel Calus
2015-07-03 09:23:01

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.