headerbg bl

Tijdslijn

Datum / JaartalGebeurtenis
-300000 - ca -8000
Werktuigen uit het Midden- en Laat-Paleolithicum (- 300 000 tot ca -8000) zijn gevonden op het strand bij Cadzand.
- 10.000 (ca)
De hoge zandrug waarop Aardenburg ligt, is reeds bewoond in het stenen tijdperk.
- 10.000 (ca)
De hoge zandrug waarop Aardenburg ligt, is reeds bewoond in het stenen tijdperk.
-8000
Tijdens het Pleistoceen of Vroege IJstijd (- 2,3 miljoen jaar tot ca -8000 jaar) ligt de ijskap enkele honderden km boven de huidige kust van Zeeland. Op de bodem van Zeeuws-Vlaanderen wordt fijn dekzand afgezet. In onze streken wonen mamoetten, wolharige neushoorns, steppewisenten, reuzenherten, enz.
-8000
Vanaf het Holoceen verhoogt de temperatuur waardoor ook de zeespiegel, die oorspronkelijk 130 m lager ligt dan nu, stijgt.
-5000
Omstreeks 5000 voor Christus wordt de Noordzee gevormd en ontstaat een waddenlandschap met veenvorming..
-4000
De bodem van de Vlaamse kustvlakte en van de aanpalende heuvels bestaat uit een laag pleistoceen zand, die zachtjes naar de zee afhelt. Vele beken voeren het water van de Zandstreek door die vlakte naar de zee. In de omgeving van het latere Brugge vormt de Reie de afvoerbedding voor de depressie ten zuiden van de stad. Op de strandgrens van de toenmalige kustvlakte doet de zeewind een rij duinen opstuiven. Die aaneengesloten duinengordel wordt zo sterk dat ze niet alleen als zeewering dient maar ook dat ze verhindert dat de neerslag naar de zee stroomt. Daardoor ontstaat achter de gordel een uitgestrekt zoetwatermoeras waarin het veen zich de volgende eeuwen laagje na laagje ophoopt.
-4000
Tijdens het Mesolithicum of Midden Steentijd (-8000 tot -4000) wordt het klimaat warmer, het landijs smelt, de zeespiegel stijgt en de variatie van planten en dieren vergroot. In Zeeuws-Vlaanderen zijn sporen gevonden van inwoners uit de Midden-Steentijd.
-3000
De stijging van de zeespiegel vertraagt en langs de kust vormen zich strandwallen waarop de oude duinen ontstaan.
-2300
In het Neolithicum of Nieuwe Steentijd (-4300 tot -2000) vestigt de mens zich in landbouwnederzettingen. Sporen van nederzettingen zijn gevonden op Walcheren, Zuid-Beveland en Schouwen.
-2000 tot -800
Uit de Bronstijd (-2000 tot ca. -800) zijn weinig of geen archeolgische sporen gevonden, met uitzondering van enkele vondsten in Oost Zeeuws-Vlaanderen (de Roompot voor de kust van Walcheren en op Schouwen). Vermoedelijk kan men in Zeeuws-Vlaanderen nog enkele grafheuvels uit die periode vinden.
-800 tot 0
In Zeeuws-Vlaanderen (bij Arnemuiden, Tholen, op Schouwen..)zijn verschillende sporen uit de IJzertijd (-800 tot 0) gevonden.
ca. -200
De Duinkerke I-transgressie breekt door de duinengordel. Een groot stuk van het veengebied wordt overstroomd en ingesneden door talrijke kreken en vloedgeulen. In het zuidelijke deel van de kustvlakte, dat niet overstroomt omdat het ca. 1 meter hoger ligt, gaat de veenvorming verder. De vloed brengt tweemaal per dag slib over het noordelijke deel van de kustvlakte en langs de vele geulen die landinwaarts lopen, wordt zoutwater binnengebracht. In de overspoelde sectoren wordt de zoete flora verdrongen door de zoute plantengroei.
ca. -200
De Duinkerke I-transgressie breekt door de duinengordel. Een groot stuk van het veengebied wordt overstroomd en ingesneden door talrijke kreken en vloedgeulen. In het zuidelijke deel van de kustvlakte, dat niet overstroomt omdat het ca. 1 meter hoger ligt, gaat de veenvorming verder. De vloed brengt tweemaal per dag slib over het noordelijke deel van de kustvlakte en langs de vele geulen die landinwaarts lopen, wordt zoutwater binnengebracht. In de overspoelde sectoren wordt de zoete flora verdrongen door de zoute plantengroei.
vanaf ca. -100
Op het einde van de IJzertijd (vanaf ca. 100 voor Chr.) verdwijnt de bevolking uit Zeeland omdat de omgeving te nat wordt door de stijgende zee. Archeologen ontdekten wel verschillende afvoergreppels uit die periode.
0
Bij de Antwerpse Heerweg in Sijsele is een archeologische site uit de Romeinse periode aangetroffen met onder meer paalkuilen, greppels en een waterput.
0
Na ongeveer twee eeuwen loopt de Duinkerke I-transgressie ten einde. Op het achtergebleven slib en op het veengebied ontwikkelt zich schorrenbegroeiing. Gallo-Romeinen gaan zich over de hele kustvlakte vestigen. Op de bewoonde zandige stroken langs de waterlopen is er in in die periode een zekere vorm van landbouw. Maar de talrijke gevonden schapenbeenderen wijzen er op dat de oorspronkelijke schorrenvegetatie nog een groot gedeelte van het gebied innam.
28
De Friezen komen in opstand. De Romeinen verliezen een deel van hun invloed ten noorden van de Rijn.
47
De Romeinse commandant Corbulo krijgt de opdracht om alle Romeinse troepen terug te trekken ten zuiden van de Rijn. Het gebied ten noorden van de Schelde hoort bij de provincie Germania Inferior. Ten zuiden van de Schelde (huidige Zeeuws-Vlaanderen) woont men in Gallia Belgica.
47
De Romeinse commandant Corbulo krijgt de opdracht om alle Romeinse troepen terug te trekken ten zuiden van de Rijn. Het gebied ten noorden van de Schelde hoort bij de provincie Germania Inferior. Ten zuiden van de Schelde (huidige Zeeuws-Vlaanderen) woont men in Gallia Belgica.
47
De Romeinse commandant Corbulo krijgt de opdracht om alle Romeinse troepen terug te trekken ten zuiden van de Rijn. Het gebied ten noorden van de Schelde hoort bij de provincie Germania Inferior. Ten zuiden van de Schelde (huidige Zeeuws-Vlaanderen) woont men in Gallia Belgica.
ca. 50
Door een lichte daling van de zeespiegel eindigt de Romeinse overstromingsperiode (Duinkerke I-transgressie)waarop de Romeinse regressie volgt. Gallo-Romeinen vestigen zich op de nieuwe gronden.
ca. 50
Door een lichte daling van de zeespiegel eindigt de Romeinse overstromingsperiode (Duinkerke I-transgressie)waarop de Romeinse regressie volgt. Gallo-Romeinen vestigen zich op de nieuwe gronden.
ca. 50
Door een lichte daling van de zeespiegel eindigt de Romeinse overstromingsperiode (Duinkerke I-transgressie)waarop de Romeinse regressie volgt. Gallo-Romeinen vestigen zich op de nieuwe gronden.
ca 50
Ca. 50 na Chr. leggen de Romeinen enkele voorname diverticula of buurtwegen aan. Zeker drie van die wegen vertrekken of komen toe in Brugge. Daarnaast worden ook kleinere wegen gebouwd
69
De Romeinse generaal Cerialis slaat een opstand van de Bataven o.l.v. Iulius Civilis neer. De Bataven hadden zich in het stroomgebied van de grote rivieren gevestigd.
75 - 275
Op basis van de aangetroffen bewoningssporen kan men afleiden dat Zeeland in de periode 75-275 vrij dicht bevolkt was, met als belangrijkste nederzettingen Aardenburg (castellum), Domburg en Colijnsplaat (tempels van Nehelennia).
175-180
Tussen 175 en 180 bouwen de Romeinen het castellum in Aardenburg waar vermoedelijk 200 tot 300 manschapen verblijven.
175
Zeerovers verschijnen in 175 op de Vlaamse en Zeeuwse kust.
180
Op de pleistocene zandrug van het later Rodanum of Aardenburg bouwen de Romeinen een versterking (240 X 150 m). Voor de vestingmuren voert men ongeveer 40.000 kubieke meter natuursteen aan uit de groeven bij Doornik. In het castellum verblijven vermoedelijk 200 tot 300 manschappen.
180
Op de pleistocene zandrug van het later Rodanum of Aardenburg bouwen de Romeinen een versterking (240 X 150 m). Voor de vestingmuren voert men ongeveer 40.000 kubieke meter natuursteen aan uit de groeven bij Doornik. In het castellum verblijven vermoedelijk 200 tot 300 manschappen.
180
Op de pleistocene zandrug van het later Rodanum of Aardenburg bouwen de Romeinen een versterking (240 X 150 m). Voor de vestingmuren voert men ongeveer 40.000 kubieke meter natuursteen aan uit de groeven bij Doornik. In het castellum verblijven vermoedelijk 200 tot 300 manschappen.
180
Op de pleistocene zandrug van het later Rodanum of Aardenburg bouwen de Romeinen een versterking (240 X 150 m). Voor de vestingmuren voert men ongeveer 40.000 kubieke meter natuursteen aan uit de groeven bij Doornik. In het castellum verblijven vermoedelijk 200 tot 300 manschappen.
180
Op de pleistocene zandrug van het later Rodanum of Aardenburg bouwen de Romeinen een versterking (240 X 150 m). Voor de vestingmuren voert men ongeveer 40.000 kubieke meter natuursteen aan uit de groeven bij Doornik. In het castellum verblijven vermoedelijk 200 tot 300 manschappen.
2de-3de eeuw
In een pleistocene donk in Dudzele vonden archeologen resten van een Romeinse laag in situ (vooral scherven uit de 2de en 3de eeuw). Bij verder onderzoek vond men ook enkele vuursteenafslagen die de aanwezigheid van jagers op het einde van de ijstijd verraadden.
ca. 250
Vrij plotse einde van de Romeinse bewoning in de kustvlakte, waarschijnlijk als gevolg van de opkomende Duinkerke I-trangsgressie. De Duinkerke I-geul die langs de Romeinse villa van Fort Lapin (Brugge) naar de zee loopt, wordt ingenomen door een brede Duinkerke II-kreek.
ca. 270
Bij opgravingen bij het Brugse Fort Lapin ontdekte men brandsporen die duiden op een gewelddadig einde van het oorspronkelijke Brugge. Dit gebeurt omstreeks 270 na Chr. Eind de 3de eeuw is de Romeinse bewoning teruggedrongen tot op de as Diksmuide-Oudenburg-Brugge.
273
Aardenburg (Rodanum of Rodenburg) wordt in 273 door een inval van Germanen verwoest en daarna door overstromingen (Duinkerke II-transgresie) van de kaart geveegd. Vondsten uit de 4de eeuw wijzen op een latere bewoning in Aardenburg.
ca. 275
Rond 275 verlaten de Romeinen de kuststreek. Waarschijnlijk hebben zij niet de meer de tijd gehad om Brugge tot een volwaardig castellum uit te bouwen.
275
De Romeinse versterking van Aardenburg wordt verlaten omdat het zeewater door de stijgende zeespiegel tot in de omgeving van de versterking komt. Ook invallen speelden eventueel een rol.
275
De Romeinse versterking van Aardenburg wordt verlaten omdat het zeewater door de stijgende zeespiegel tot in de omgeving van de versterking komt. Ook invallen speelden eventueel een rol.
275
De Romeinse versterking van Aardenburg wordt verlaten omdat het zeewater door de stijgende zeespiegel tot in de omgeving van de versterking komt. Ook invallen speelden eventueel een rol.
275
De Romeinse versterking van Aardenburg wordt verlaten omdat het zeewater door de stijgende zeespiegel tot in de omgeving van de versterking komt. Ook invallen speelden eventueel een rol.
297
In een feestrede van 1 maart 297 in Rome vermeldt men de veldtocht van het Romeinse leger in een gebied waar de schuine geulen de Schelde doorstromen en dat door de Rijn met zijn armen omvangen wordt. In dat gebied is bijna geen land. Zozeer is het met water doordrenkt dat de bodem niet alleen waar hij duidelijk drassig is meegeeft en de voeten opzuigt, maar ook waar hij iets vaster schijnt te zijn, door voetstappen in beweging wordt gezet.
297
In een feestrede van 1 maart 297 in Rome vermeldt men de veldtocht van het Romeinse leger in een gebied waar de schuine geulen de Schelde doorstromen en dat door de Rijn met zijn armen omvangen wordt. In dat gebied is bijna geen land. Zozeer is het met water doordrenkt dat de bodem niet alleen waar hij duidelijk drassig is meegeeft en de voeten opzuigt, maar ook waar hij iets vaster schijnt te zijn, door voetstappen in beweging wordt gezet.
297
In een feestrede van 1 maart 297 in Rome vermeldt men de veldtocht van het Romeinse leger in een gebied waar de schuine geulen de Schelde doorstromen en dat door de Rijn met zijn armen omvangen wordt. In dat gebied is bijna geen land. Zozeer is het met water doordrenkt dat de bodem niet alleen waar hij duidelijk drassig is meegeeft en de voeten opzuigt, maar ook waar hij iets vaster schijnt te zijn, door voetstappen in beweging wordt gezet.
297
In een feestrede van 1 maart 297 in Rome vermeldt men de veldtocht van het Romeinse leger in een gebied waar de schuine geulen de Schelde doorstromen en dat door de Rijn met zijn armen omvangen wordt. In dat gebied is bijna geen land. Zozeer is het met water doordrenkt dat de bodem niet alleen waar hij duidelijk drassig is meegeeft en de voeten opzuigt, maar ook waar hij iets vaster schijnt te zijn, door voetstappen in beweging wordt gezet.
ca. 300
Omstreeks 300 wordt de kuststreek door natuurrampen getroffen. Dorpen en steden met opstandelingen worden in brand gestoken. Dat vormt het begint van de overstromingsperiode (ook Duinkerke II-transgressie genoemd). Getijdengeulen (o.a. de Reie) reiken tot Brugge en de bevolking trekt zich terug in de Zandstreek.
ca. 300
Omstreeks 300 wordt de kuststreek door natuurrampen getroffen. Dorpen en steden met opstandelingen worden in brand gestoken. Dat vormt het begint van de overstromingsperiode (ook Duinkerke II-transgressie genoemd). Getijdengeulen (o.a. de Reie) reiken tot Brugge en de bevolking trekt zich terug in de Zandstreek.
ca 300
Hoogtepunt van de Duinkerke II-transgressie. De zee vloeit 8 tot 12 km landinwaarts, nl. tot de hoogtelijn van 4 m., die men als de uiterste zuidgrens van de overstroming kan beschouwen.
HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.