headerbg bl

Welkom

Zeedieren


grote-mantelmeeuwKlein, maar bijzonder talrijk: plankton

De zee is veel meer dan een enorme massa zout water. Ze bruist van het leven. Je vindt er niet alleen vissen, schelpdieren, kwallen, krabben en kreeften in terug, maar ook onvoorstelbaar veel kleine diertjes en plantjes die in het zeewater meedrijven en die we alleen onder een microscoop kunnen ontdekken. Alle planten en dieren die zich laten meedrijven met de zeestromingen noemen we plankton. Tot het dierlijk plankton behoren veel larven van dieren die we als volwassen exemplaren beter kennen, zoals krabben en zeepokken. Maar er zijn ook vele andere beestjes, die hun hele leven als minuscule organismen in zee doorbrengen.

Een bekende groep ééncellige wieren zijn de kiezelwieren of diatomeeën. Hun celwand is een prachtig gebouwd pantsertje. Het bestaat uit een potje en een dekseltje en bevat hard kiezelzuur. Als kiezelwieren afsterven, zinken de harde pantsertjes naar de bodem van de zee. Zo zijn veel kiezelwieren als fossiel bewaard gebleven.

 

Zeevonk doet de zee oplichten

Zeevonk is een ééncellig diertje, een minuscuul bolletje van een halve millimeter groot. In de warme maanden kunnen zeevonkjes in enorme aantallen in het kustwater te vinden zijn. Soms kun je dan vrij grote oranje vlekken in het zeewater zien. Die bestaan uit vele duizenden zeevonkjes die zich in het warme kustwater massaal hebben vermenigvuldigd en die zich als één grote stroom laten meedrijven. In zuurstofrijk zeewater – daar waar de zee woelig is – zoals in de branding, zorgen deze diertjes ’s nachts voor een spectaculair verschijnsel: ze laten de zee oplichten! De zuurstof in het water zorgt voor een scheikundige reactie in de zeevonk waardoor het diertje eventjes een groenachtig licht uitstraalt dat dan langzaam weer uitdooft. Daar waar veel zeevonkjes aanwezig zijn, kunnen de schuimkoppen van de branding feeëriek groen oplichten. Ook in de golfjes die op het strand vloeien, zijn dan veel felgroene lichtpuntjes te zien. Zelfs iedere voetstap die je op het natte zand zet, licht op.

 

vangst-ruiersKruiers onthullen het bonte zeeleven op het strand

Kruiers slepen op eigen kracht, in de ondiepe zone voorbij de branding, een breed, trechtervormig net achter zich aan. Ze lopen enkele honderden meters langs de waterlijn heen en weer, en komen dan op het natte strand hun vangst controleren. Die is vooral in het zomerhalfjaar, van april tot oktober, heel gevarieerd: een bonte verzameling kleinere dieren die op de zeebodem of net erboven actief zijn. Zo haalt de kruier garnalen, platvisjes, spiering, sprot en krabben uit het net te voorschijn. Hij neemt alleen de grotere exemplaren mee, de rest gaat terug in zee.

 

De roze garnaal is eigenlijk grijs

Garnalen zijn minikreeftjes. Hun kleur is perfect aangepast aan de zandige ondergrond waarop ze zich stil houden. Ze zijn vooral ’s nachts actief en kunnen heel snel zwemmen, terwijl ze op zoek gaan naar kleine wormen, slakken en wieren. Bij eb laten ze zich meedrijven naar de open zee, bij vloed komen ze terug naar de kust. Het vrouwtje legt twee à drie keer per jaar tot tienduizend eitjes en draagt die gedurende twee maanden onder haar achterlijf met zich mee.

Als de garnalen gekookt worden, komt er door de hoge temperatuur een chemische stof vrij en kleuren ze plots rozerood.

 

Platvissen hebben hun naam niet gestolen

De tong en de schol zijn, samen met enkele andere vissoorten, zo opvallend plat van bouw dat ze platvissen worden noemen. Ze brengen de meeste tijd liggend op de bodem door. Voor ze gaan liggen, waaieren ze met hun vinnen wat zand over hun lichaam zodat ze perfect gecamoufleerd zijn. Hun ogen steken nog net boven het zand uit en zo wachten ze tot er een nietsvermoedend visje, een garnaal of een andere prooi aankomt. Met een plotselinge uitval in een wolk van opdwarrelend zand verrassen ze hun prooi en slokken die op.

heremietkreeft-met-schelpIn hun eerste levensweken hebben deze platvissen net als andere vissen een symmetrische vorm en een zwemblaas. Maar zodra ze ongeveer één centimeter groot zijn, wordt hun lijf aan de zijkanten platter. Omdat de schedel aan de ene zijde sterker groeit dan aan de andere, schuift het linkeroog op naar de rechterkant. De jonge platvissen gaan almaar vaker op hun linkerkant liggen en schakelen geleidelijk over van een zwemmend naar een liggend bestaan, waarbij hun zwemblaas langzaam verdwijnt.

 

hermietkreeft-zonder-slakkenhuisDe heremietkreeft zit niet met zijn achterwerk verlegen

In tegenstelling tot andere krabben en kreeften, zit de heremietkreeft niet volledig in een hard beschermend pantser. Zijn achterlijf is week en kwetsbaar. Maar hij lost dat probleem op een eenvoudige en doeltreffende manier op: hij stopt zijn achterlijf in een leeg slakkenhuis. Daar zit het immers ook goed beschermd. Natuurlijk moet hij die schelp dan wel de hele tijd met zich meeslepen.

Soms vind je op het strand lege slakkenhuizen die onderaan mooi glad zijn afgeschuurd. Je kunt er dan op aan dat daar een heremietkreeft in heeft gewoond.

Als het slakkenhuis te klein wordt, zoekt de heremietkreeft een groter formaatje op. Het ogenblik waarop hij dan van het ene huis naar het andere verhuist, is wel heel riskant, want er zijn altijd wel vissen of andere rovers in de buurt die zo’n lekker onbeschermd kreeftenhapje lusten …

 

Vogels


Over vogels met oorpluimen en kwakende en fluitende eenden

Als koppeltje-wilde-eendenje op het strand wandelt op een rustige dag, kun je een eindje verder op zee vogels zien dobberen op het water. Vaak zijn het meeuwen, maar het koppeltje-smietenkunnen ook watervogels zijn, zoals wilde eenden, smienten of futen. Vooral ’s winters komen die in grote aantallen naar de kustwateren om er voedsel te zoeken of om uit te rusten.

fuut-in-winterkleedDe fuut ruilt zijn mooie broedkleed met de typische ‘oorpluimen’ in de winter voor een vrij onopvallend vederkleed. De wilde eenden en smienten daarentegen zijn dan alweer prachtig getooid: de mannetjes in hevige kleuren, de vrouwtjes in meer bescheiden tinten. Die mogen in de lente immers niet opvallen als ze tussen het gras hun eieren veilig uit willen broeden.

Anders dan de wilde eend met zijn bekende gekwaak, maakt de smient een meer fluitend geluid. Vandaar zijn Franse naam canard siffleur of de Nederlandse variant fluiteend. De mannetjes zijn in hun broedkleed heel duidelijk herkenbaar. Ze hebben een kastanjebruine kop met een gele kruin.

Wilde eenden en smienten pleisteren ’s winters ook vaak op de plassen van het Zwin, maar bij hevige kou of als ze worden verstoord, trekken ze zich soms ver op zee terug.

 

Meeuwen, piraten onder de vogels

futen-eenden-ganzen-op-plasMeeuwen zijn de bekendste vogels aan zee. Je ziet ze er dan ook het hele jaar door. Als het kalm is op het strand, verzamelen ze zich in grote groepen om er te rusten of om langs de waterlijn voedsel te zoeken. En als het overdag druk is, zie je ze in kleinere groepjes hoog in de lucht drijven op de wind. Ze scheren rakelings langs de appartementsgebouwen op de dijk of proberen bij te sturen om ter plaatse in de lucht te blijven hangen.

Meeuwen houden de dijk en het strand voortdurend in de gaten. Als ze wat eetbaars hebben gezien en er even geen mens of hond in de buurt is, gaan ze er snel met een gedurfde duikvlucht op af. Maar de meeuw die het lekkers het eerst heeft te pakken, is niet altijd diegene die het ook opeet. Meeuwen kunnen elkaar ongenadig achterna zitten. Vaak eindigt de achtervolging pas als de ongelukkige vogel zijn vondst laat vallen en zijn kwelgeest ermee vandoor kan gaan.

 

Niet vies van afval

Meeuwen zijn alleseters. Ze zijn niet vies van aas of van allerlei afval en schuimen er zelfs stortplaatsen voor af. Het talrijkst aan de kust zijn de zilvermeeuwen. Grote kolonies zilvermeeuwen broeden in de haven van Zeebrugge. Deze meeuwensoort heeft zich goed aangepast aan de mens en probeert alles wat eetbaar is te pakken te krijgen. Met hun sterke snavel gaan de zilvermeeuwen zelfs vuilniszakken te lijf en ze zorgen dan ook voor heel wat overlast.

Grote en kleine mantelmeeuwen zie je vooral ’s winters. Ze komen immers van meer noordelijk gelegen broedplaatsen.

Kokmeeuwen zijn kleiner en slanker gebouwd dan hun neven en nichten. In de lente en de zomer hebben ze een opvallend bruin kopje, in de winter blijft daar alleen het zogenaamde koptelefoontje van over.

Om de schade veroorzaakt door meeuwen zo veel mogelijk te beperken, is het aan de kust verboden om ze te voeren!

 

drieteenstrandlopers-bij-waterlijnOnvermoeibare steltlopertjes

Drieteenstrandlopers zijn kleine waadvogels die in de winter in groepjes langs de kust zwerven. Door hun typische uiterlijk, maar vooral ook door hun gedrag, kun je ze niet mislopen. Ze zijn voortdurend druk in de weer om voedsel te zoeken en doen dat op een heel eigen manier. Heel geconcentreerd lopen ze met snelle pasjes langs de waterlijn heen en weer en pikken er elk eetbaar hapje op. Het is een komisch en tegelijk ook een erg mooi schouwspel. Al waai je zelf bijna uit je dikke winterkleren, de drieteentjes gaan onvermoeibaar door met het verzamelen van hun dagelijkse kost.

 

 

Getij en weer


 

Wat zou de zee zijn zonder getij? Kinderen zouden hun zandkastelen niet langer tegen het opkomende water hoeven te verdedigen. Er zouden amper schelpen en andere schatten op het strand te vinden zijn. Er zou geen afwisseling zijn tussen het weidse natte strand bij laagwater en het overvolle droge strand bij hoogwater ...

Zoals de golven in de branding elke dag weer tekeergaan, zo bepalen ook eb en vloed het ritme van de zee. Een o zo vertrouwd ritme. Een cadans die er altijd is en er altijd zal zijn.

 

Even de koffie walsen in je kopje en je weet hoe het getij ontstaat

strand-bij-eb

strand-bij-vloed

De getijden vormen een golfbeweging die door alle oceanen en zeeën heen loopt. De zwaartekracht van de maan trekt de watermantel om de aarde naar zich toe. Omdat de maan dichter bij de aarde staat dan de zon is haar aantrekkingskracht groter. Zo ontstaat op aarde hoogwater aan die kant waar de maan staat. Maar aan de andere kant is het óók hoogwater … Hoe kan dat nu?

Je kunt het vergelijken met de walsende beweging die je met een kopje koffie maakt om de inhoud nog even om te roeren voor je de laatste slok opdrinkt. Met zo’n beweging van de aarde ontstaat het hoogwater ook aan de tegenovergestelde kant van de maan. En omdat de aarde voortdurend ronddraait, schuift het hoogwater ook voortdurend van plaats op. Tussen de zones met hoogwater in, heb je laagwater. Daarom krijg je ook aan onze kust tweemaal per dag hoog- en laagwater.

De zon is veel zwaarder dan de maan, maar is veel verder van ons verwijderd. Ze oefent dus minder aantrekkingskracht uit op de aarde, maar heeft toch ook wel invloed. Als de zon, de aarde en de maan bijvoorbeeld op één lijn staan, versterkt de aantrekkingskracht van de zon die van de maan. Dan is het springtij en heb je extreem hoogwater en extreem laagwater.

Een ander vreemd fenomeen is doodtij: als de zon en de maan in een rechte hoek staan tegenover de aarde, dan heft de aantrekkingskracht van de zon die van de maan op. Dan heb je bijna geen eb en vloed.

 

Is het weer aan de kust altijd beter dan in het binnenland?

getijenVeel mensen aan de kust beweren dat het weer er vaak beter is dan in het binnenland. Maar is dat wel zo?

Minder regen
In elk geval regent het in de lente en de zomer aan de kust minder dan in het binnenland. Stapelwolken en buien ontstaan immers door warme en vochtige lucht. En omdat het zeewater trager opwarmt dan het landoppervlak, vormen zich minder stapelwolken boven de zee dan in het binnenland en is het er ’s zomers koeler.

Als er aanlandige wind is – wind die vanuit de zee naar het land waait –, zie je dat de stapelwolken zich pas enkele kilometers voorbij de kust boven het binnenland vormen. Maar natuurlijk zijn er vaak meer weerelementen in het spel, en is het ook aan zee wel eens slecht weer in de zomer.

Het omgekeerde fenomeen doet zich in het najaar voor. Omdat het zeewater na de zomer trager afkoelt dan het landoppervlak, is het in oktober en november aan de kust nog vaak warmer dan in het binnenland. In die periode vormen zich makkelijker wolken aan de kust en is de kans op buien er groter dan in het binnenland. In de loop van de winter koelt het zeewater verder af en vermindert de kans op buien weer.

knokke-heist-vanuit-de-lucht

Aan de oostkust regent het meer dan aan de westkust
’s Winters worden boven de koude landmassa van Engeland weinig wolken gevormd. Als die luchtmassa door een noordwestenwind naar onze kust wordt gedreven, is de afstand over zee naar De Panne aan de westkust korter dan naar Knokke-Heist aan de oostkust. De oostkust krijgt daardoor aanvoer van meer vochtige lucht, omdat die een grotere afstand boven de zee heeft afgelegd. En meer vochtige lucht betekent meer regen!

Meer zon
Over het algemeen vormen zich minder wolken aan de kust dan in het binnenland. Daardoor heeft de kust veel meer uren zon dan het binnenland. Maar het verzachtende effect van de zee zorgt er dan weer voor dat de gemiddelde zomertemperatuur aan zee lager is dan die in het binnenland.

Meer wind
En dat het aan zee hard kan waaien, weet iedereen. Dat komt vooral door het temperatuurverschil tussen het zeewater en het land én natuurlijk ook doordat het landschap aan zee zo open is.

 

| inhoudstafel |

 

 Afdrukken  E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2014  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.